3.2.2 BVO Baarmoeder

Over het bevolkingsonderzoek

 

  1. Bevolkingsonderzoek naar baarmoederhalskanker
  2. Hoeveel vrouwen doen mee met het onderzoek?
  3. Waarom vrouwen tussen de 30 en 60 jaar?
  4. Wat kan ontdekt worden met het bevolkingsonderzoek?
  5. Wie doet het bevolkingsonderzoek?
  6. Wat gebeurt er met uw gegevens?

 

 

1. Bevolkingsonderzoek naar baarmoederhalskanker

 

Sinds 1976 is er een georganiseerd bevolkingsonderzoek naar baarmoederhalskanker. Het bevolkingsonderzoek wordt door de overheid gratis aangeboden. Zo kan iedere vrouw tussen de 30 en 60 jaar die dat wil zich laten onderzoeken. Vrouwen tussen de 30 en 60 jaar ontvangen iedere 5 jaar een uitnodiging. Het onderzoek bestaat uit het laten maken van een uitstrijkje.

 

Zonder bevolkingsonderzoek zouden er 400 vrouwen per jaar overlijden aan baarmoederhalskanker; 15 van elke 1.000 vrouwen zou dan tijdens haar leven baarmoederhalskanker krijgen. Met het bevolkingsonderzoek overlijden in Nederland 200 vrouwen per jaar aan baarmoederhalskanker; 6 van elke 1.000 krijgt tijdens haar leven baarmoederhalskanker.

 

2. Hoeveel vrouwen doen mee met het onderzoek?

 

Elk jaar worden ongeveer 800.000 vrouwen uitgenodigd voor het bevolkingsonderzoek. Ongeveer 66% van deze vrouwen doet mee met het onderzoek. Als iedereen zou mee doen overlijden er geen 200 maar 100 vrouwen per jaar aan baarmoederhalskanker. Een deel van deze 100 vrouwen vallen buiten het bevolkingsonderzoek. Zij zijn jonger dan 30 jaar en ouder dan 60 jaar.

 

3. Waarom vrouwen tussen de 30 en 60 jaar?

 

Baarmoederhalskanker komt voor bij vrouwen van alle leeftijden, maar het meest bij vrouwen van 30 tot en met 60 jaar. Daarom worden deze vrouwen uitgenodigd. Vrouwen die jonger zijn dan 30 jaar krijgen geen uitnodiging. Dit is ook zo voor vrouwen die ouder zijn dan 60 jaar. Baarmoederhalskanker komt bij deze vrouwen minder vaak voor. Er is ook geen bewijs dat er minder vrouwen sterven door een bevolkingsonderzoek bij deze vrouwen.

 

In sommige andere landen begint het bevolkingsonderzoek wel vanaf 25 jaar. Bij vrouwen onder de 30 jaar zijn de nadelen van het bevolkingsonderzoek groter dan de voordelen. Bij deze vrouwen is de kans op lichte afwijkingen (een voorstadium) groter. Veel vrouwen zouden dan in aanmerking komen voor vervolgonderzoek. Meestal gaat het om lichte afwijkingen die vanzelf over gaan. Een te grote groep vrouwen zouden onterecht behandeld worden of maken zich onnodig ongerust. Daarom ontvangen vrouwen in Nederland pas op 30 jaar een uitnodiging.

 

Vrouwen krijgen één keer in de 5 jaar een uitnodiging. Eén keer in de vijf jaar is voldoende om baarmoederhalskanker vroeg op te sporen. Totaal ontvangt een vrouw 7 keer een uitnodiging voor dit bevolkingsonderzoek.

 

4. Wat kan ontdekt worden met het bevolkingsonderzoek?

 

Met het bevolkingsonderzoek kan baarmoederhalskanker worden ontdekt, maar meestal worden er voorstadia van kanker opgespoord. Dit voorstadium is nog geen kanker. Het voorstadium verandert soms in baarmoederhalskanker. Het duurt lang voordat baarmoederhalskanker ontstaat. Dit kan 10 tot 15 jaar duren. Daarom is het voldoende als u zich eens in de 5 jaar laat onderzoeken.

 

Door een voorstadium te behandelen wordt voorkomen dat baarmoederhalskanker ontstaat. Dat is een belangrijk voordeel van het bevolkingsonderzoek. Van alle afwijkingen waar een diagnose van bekend is, bestaat 90% uit een voorstadium en 10% uit baarmoederhalskanker.

 

5. Wie doet het bevolkingsonderzoek?

 

Bij het bevolkingsonderzoek zijn veel partijen betrokken. Er zijn speciale organisaties die het bevolkingsonderzoek uitvoeren. Dit zijn 5 screeningsorganisaties, soms ook wel uitvoeringsorganisaties genoemd. Deze organisaties zorgen ervoor dat alle vrouwen die tot de doelgroep horen uitgenodigd worden. Deze screeningsorganisaties voeren ook het bevolkingsonderzoek naar borstkanker uit.

 

De huisarts of de assistente maakt het uitstrijkje. In een laboratorium wordt het uitstrijkje beoordeeld. Het laboratorium verstuurt de uitslag naar de huisarts. De screeningsorganisaties betalen de huisarts en het laboratorium voor deze activiteiten. De overheid betaalt het bevolkingsonderzoek. Daarom is het bevolkingsonderzoek gratis.

Het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) is namens het ministerie van VWS verantwoordelijk voor de landelijke coördinatie. Het RIVM ontwikkelt de voorlichting zodat iedere vrouw dezelfde informatie krijgt over het bevolkingsonderzoek. Daarom is deze website ook van het RIVM.

 

De kwaliteit van het bevolkingsonderzoek wordt steeds bekeken. Het RIVM stelt samen met anderen eisen op waar het bevolkingsonderzoek aan moet voldoen. Zo wordt de kwaliteit van het bevolkingsonderzoek steeds beter. Meer informatie kunt u vinden op www.bevolkingsonderzoeknaarkanker.nl

 

6. Wat gebeurt er met uw gegevens?

 

Om het onderzoek goed te kunnen uitvoeren, heeft de screeningsorganisatie uw gegevens nodig. Die krijgt ze van de gemeente. Het gaat om uw naam, adres en geboortedatum.

 

De screeningsorganisatie bewaart de resultaten van het onderzoek 70 jaar. Deze resultaten zijn nodig om de kwaliteit van het bevolkingsonderzoek te beoordelen en te verbeteren. En om wetenschappelijk onderzoek te doen. Het gaat om de volgende gegevens:

 

  • uw geboortedatum;
  • medische gegevens, zoals gegevens over het onderzoek, de uitslag en eventueel verder onderzoek;
  • administratieve gegevens, zoals de naam van uw huisarts en de datum van het onderzoek.

 

De screeningsorganisatie gaat zorgvuldig om met uw gegevens. Ze houden zich aan de Wet Bescherming Persoonsgegevens. De regels staan in een privacyreglement. Wilt u hierover meer informatie? Neem dan contact op met de screeningsorganisatie in uw regio.

 

>> meer op www.bevolkingsonderzoekzuid.nl

©MVDH