4.2 DM

DIABETES

 

Wat is diabetes:

Diabetes mellitus (kortweg diabetes) is een stoornis waarbij de hoeveelheid suiker in uw bloed te hoog is. Daarom spreekt men ook wel van suikerziekte.

Glucose

Suiker in het bloed noemt men ook 'glucose'. Glucose komt uit de koolhydraten in onze voeding. Koolhydraten zitten niet alleen in zoete producten zoals jam, limonade, koek en gebak maar bijvoorbeeld ook in brood, aardappelen en rijst.

Insuline

Het hormoon insuline zorgt ervoor dat de lichaamscellen glucose uit het bloed opnemen. Wanneer de hoeveelheid glucose in het bloed toeneemt, zorgt insuline ervoor dat de cellen meer glucose uit het bloed opnemen zodat het glucosegehalte niet te hoog wordt. Insuline wordt in de alvleesklier (pancreas) gemaakt. De alvleesklier ligt achter de maag.

 

Hoe ontstaat diabetes?

Diabetes ontstaat door een tekort aan insuline, of doordat uw lichaamscellen minder gevoelig zijn geworden voor insuline. De cellen kunnen dan minder glucose uit het bloed opnemen. Daardoor wordt het glucosegehalte in het bloed te hoog.

Er zijn twee vormen van diabetes:

  • bij type 1 diabetes maakt de alvleesklier nauwelijks insuline. Deze vorm komt vanaf de kinderleeftijd voor.
  • bij type 2 diabetes zijn de lichaamscellen minder gevoelig geworden voor insuline. Als reactie gaat de alvleesklier meer insuline aanmaken. Wanneer dat niet meer lukt, ontstaat er een tekort aan insuline. Het glucosegehalte in het bloed wordt dan te hoog. Deze vorm ontstaat meestal pas na het veertigste jaar, maar komt steeds vaker ook op jongere leeftijd voor, met name bij mensen die te dik zijn.

Vooral bij type 2 diabetes speelt erfelijkheid een rol. Als u van Marokkaanse, Turkse, Surinaamse of Hindoestaanse afkomst bent, heeft u een verhoogd risico op diabetes type 2.

Wat zijn de verschijnselen?

Mensen met een verhoogd glucosegehalte merken dat vaak niet. Sommigen krijgen klachten zoals veel moeten plassen, dorst en moeheid. U kunt last hebben van jeuk of slecht genezende wondjes en infecties van de huid. Diabetes kan op den duur problemen aan de ogen, de nieren, het zenuwweefsel en de bloedvaten veroorzaken. Daardoor kunnen klachten optreden als slechter zien, pijn en tintelingen in armen en benen, loopproblemen en seksuele stoornissen. Met diabetes heeft u meer kans op hart- en vaatziekten zoals angina pectoris (pijn op de borst), een hartinfarct of een beroerte.

Adviezen

Een gezonde leefwijze is voor mensen met diabetes extra van belang. Dat betekent niet roken, gezond eten en regelmatig bewegen. Probeer overgewicht tegen te gaan door gezonde voeding en extra lichaamsbeweging.

Medicijnen

Bij de behandeling van diabetes streeft men naar een normaal glucosegehalte van het bloed om de kans op klachten en latere gezondheidsproblemen te verminderen. Als u de genoemde adviezen opvolgt en uw glucosewaarden blijven toch te hoog, dan krijgt u tabletten om het glucosegehalte van uw bloed te doen dalen. Als deze onvoldoende helpen, dan zult u insuline moeten gaan gebruiken. Insuline wordt met een dun naaldje ingespoten.

 

Welke hulpverleners zijn betrokken bij de diabeteszorg?

 

De huisarts

De huisarts zal meestal als eerste de diagnose stellen en de patiënt inlichten over zijn ziekte.

Hij spreekt een aantal onderzoeken af om te bepalen hoever de ziekte is voortgeschreden. Vervolgens bespreekt de huisarts wat er verder moet gebeuren met de patiënt.

De huisarts spreekt bijvoorbeeld af dat de patiënt uitgebreide voorlichting zal krijgen van de diëtist en de praktijkondersteuner. Misschien vindt hij ook medicatie noodzakelijk.

Meestal zal hij driemaandelijkse controles laten uitvoeren door de praktijkondersteuner.

De grote jaarlijkse controles doen de huisarts en de praktijkondersteuner samen, de resultaten worden met de patiënt doorgenomen.

Als de huisarts en zijn team de situatie van de patiënt te gecompliceerd vinden kunnen ze patiënt doorverwijzen naar de specialist. Dat kan zijn voor eenmalig advies maar ook ter overname van de behandeling.

De huisarts is eindverantwoordelijk voor alle zorg die de diabetespatiënten krijgen zolang ze onder zijn hoede zijn.

 

De doktersassistente

De doktersassistente maakt afspraken en regelt het spreekuur. Patiënten die de afspraak zijn vergeten worden door haar opgeroepen. Vaak verzorgt zij de herhaalrecepten. In veel praktijken wordt de assistente ook ingeschakeld bij bloedprikken en bloeddrukmeting. De assistente zal dikwijls aan de telefoon de nodige adviezen geven.

 

De praktijkverpleegkundige

De praktijkverpleegkundige controleert de patiënt in opdracht van de huisarts. De nadruk ligt op het voorkomen van complicaties van de ziekte. Daarom let de praktijkverpleegkundige heel goed op de toestand van de bloedvaten en de suiker- en vetstofwisseling. De nadruk ligt op voorlichting over het verstandig omgaan met diabetes. De praktijkverpleegkundige zal proberen de patiënt te leren zelf controles uit te voeren. De praktijkverpleegkundige is de vraagbaak waar de patiënten met al hun vragen en problemen terechtkunnen.

In veel praktijken begeleidt de praktijkverpleegkundige de patiënten, als het nodig is dat overgaan tot het spuiten van insuline. In sommige praktijken wordt dat ook door de diabetesverpleegkundige gedaan.

Als de ziekte voortschrijdt is het soms nodig om over te gaan op het spuiten van insuline. Patiënten vinden dat vaak een hele stap. De praktijkverpleegkundige leert patiënten hoe ze de insuline moeten gebruiken en hoe ze leefpatroon en dosis insuline op elkaar kunnen afstemmen. In nauw overleg met de huisarts past de praktijkverpleegkundige de dosis insuline steeds zo aan dat de patiënt optimaal is ingesteld.

 

De diëtist

Diabetes is meestal een aandoening die met leefstijl te maken heeft. De meeste patiënten die pas ontdekt zijn, zijn te zwaar en niet fit. Vaak is hun voedingspatroon ongezond. De diëtist is de voedingsdeskundige bij uitstek. De diëtiste geeft uitleg over het verband tussen leefstijl en de diabetes en probeert de patiënten te motiveren hun leefpatroon te veranderen. Een patiënt die veel beweegt en gezond eet voelt zich veel fitter en kan gezond oud worden ondanks de diabetes.

 

De podotherapeut

Diabetes veroorzaakt soms complicaties aan bloedvaten en zenuwstelsel. Dat uit zich dan dikwijls aan de voeten. Vandaar dat het uiterst belangrijk is dat de patiënt de voeten goed (laat) verzorgen. Als er een verhoogd risico is op complicaties aan de voeten zal de huisarts of de praktijkondersteuner u verwijzen naar de podotherapeut. De podotherapeut heeft de kennis en de vaardigheid de voeten uiterst nauwkeurig te onderzoeken. Hij geeft advies over het dragen van goed schoeisel en adviseert zo nodig over aangepaste zolen en andere hulpmiddelen. Zo kan worden voorkomen dat er zweren ontstaan die heel pijnlijk zijn en niet of slecht genezen. Elke patiënt wil immers graag op eigen benen blijven staan.

 

De pedicure

Wanneer een diabetespatiënt niet (meer) in staat is de eigen voeten goed te verzorgen en er is geen sprake van een verhoogd risico op complicaties is het verstandig de voeten op gezette tijden te laten verzorgen door een pedicure. Maar dan wel door een pedicure met diabetesaantekening. Zo’n gespecialiseerde pedicure is getraind om eventuele afwijkingen te signaleren en aan de huisarts of de podotherapeut door te geven.

 

De oogarts

Ook het oog is gevoelig voor de complicaties van diabetes. Daarom wordt er elk jaar een foto van het netvlies gemaakt die wordt beoordeeld door de oogarts. Als de foto niet goed te beoordelen is of de oogarts vindt afwijkingen wordt de patiënt naar het spreekuur van de oogarts verwezen. Sommige mensen die voor een andere oogkwaal toch al onder behandeling van de oogarts zijn worden door hem op het spreekuur ook op complicaties van diabetes nagekeken.

 

De internist

Uw huisarts verwijst naar de internist als de situatie zo ingewikkeld is dat specialistische hulp noodzakelijk is. Dat komt in ongeveer 10% van de gevallen voor. Soms is een eenmalig advies van de specialist voldoende maar de internist zal soms ook de behandeling overnemen. Dat doet zich vooral voor als de huisarts met zijn team de patiënt niet goed krijgt ingesteld of wanneer zich ernstige complicaties voordoen die ziekenhuiszorg noodzakelijk maken.

De specialist beschikt ook over een team gespecialiseerde verpleegkundigen die kunnen adviseren bij heel lastige problemen.

 

De patiënt

Alle hulpverleners doen hun uiterste best om de diabetespatiënt gezond te houden maar uiteindelijk is de patiënt degene die bepaalt of dat lukt. Hij is eigelijk de hoofdbehandelaar, die beslist of hij de adviezen opvolgt, de medicijnen trouw inneemt of spuit volgens de regels. Heel veel Nederlanders zitten in hetzelfde schuitje en die kunnen ook heel veel van elkaar leren en elkaar ondersteunen. Daarom is het belangrijk dat patiënten lid worden van de DVN, de DiabetesVereniging Nederland. Via die vereniging krijgen zij heel veel informatie en kunnen zij druk uitoefenen op de overheid, de zorgverzekeraars en de hulpverleners zodat goede diabeteszorg ook in de toekomst beschikbaar blijft voor alle patiënten.

©MVDH