4.3 HVZ

Hart- en Vaatziekten

 

Het spreekuur voor hart- en vaatziekten is erop gericht risicofactoren voor hart- en vaatziekten op te sporen en zonodig te behandelen om hiermee het risico op een hart- of vaatziekte te verlagen. Risicofactoren voor hart- en vaatziekten zijn eigenschappen of gewoontes die maken dat u een verhoogde kans heeft om hart- en vaatziekten te krijgen. Voorbeelden van hart- en vaatziekten zijn vernauwing van de slagaderen (aderverkalking), angina pectoris (pijn op de borst), een hartinfarct of een beroerte.

 

De belangrijkste risicofactoren voor het ontstaan van hart- en vaatziekten:

  • diabetes mellitus (suikerziekte)
  • roken
  • hoge bloeddruk
  • een verhoogd cholesterolgehalte
  • een vader, moeder, broer ofzus die vóór de leeftijd van 60 jaar een hart- of vaatziekte had
  • te weinig lichaamsbeweging
  • overmatig alcoholgebruik
  • ongezonde voeding
  • overgewicht

 

Als u al een hart- en vaatziekte heeft (gehad), dan heeft u een verhoogde kans om (opnieuw) problemen aan hart en vaten te krijgen zoals angina pectoris, een hartinfarct of een beroerte.

 

Het risico op hart- en vaatziekten neemt toe met de leeftijd en is voor mannen groter dan voor vrouwen. Sommige factoren geven meer risico dan andere; hoe meer risicofactoren, hoe hoger het risico.

 

Het aanpakken van uw risicofactoren vermindert uw risico op hart- en vaatziekten en de kans om hieraan te overlijden. Het neemt het risico niet helemaal weg. Het komt voor dat iemand die zijn leefstijl verbetert en de juiste medicijnen gebruikt, toch hart- en vaatproblemen krijgt.

 

Op het spreekuur worden consequent alle risicofactoren in kaart gebracht. Met de patient wordt vervolgens bekeken hoe de risico's door behandeling en/of leefstijlaanpassing zoveel mogelijk beperkt kunnen worden.

 

 

 

©MVDH